Let’s Talk Audio

Artikel 9: Alles dat je moet weten over de platenspeler.

Artikel 9: Alles dat je moet weten over de platenspeler.

Het warme gekraak van de platenspeler

Platenspelers zijn in. De weinige muziekwinkels die Nederland nog rijk is, verkopen meer lp’s dan cd’s. Dankzij de groeiende liefde voor vinyl zijn de uitbaters van deze muziekwinkels na jaren van dalende cd-verkopen weer in staat het hoofd boven water te houden. En het zijn niet alleen de mensen die vroeger ook al een platenspeler hadden, die voor inkomsten zorgen: juist de streaming-generatie, die met een paar tikken een album aan de collectie toevoegt, hecht steeds meer waarde aan iets tastbaars in hun kast en het warme, analoge geluid van de lp.

De grammofoonplaat is al behoorlijk bejaard en viert dit jaar zijn 130e verjaardag. In 1886 werd de techniek uitgevonden door Emile Berliner, een Duitser die zestien jaar eerder naar New York was gevlucht voor de Frans-Duitse oorlog. Tot dan toe was de meest populaire geluidsdrager een wasrol, bedacht door alleskunner Thomas Edison: een kartonnen cilinder met daaromheen zachte was, waarop geluid kon worden opgenomen door er met de naald van een fonograaf een patroon in te krassen. Vervolgens kon het geluid gereproduceerd worden door er met dezelfde naald doorheen te gaan. Dat werkte prima, maar de zachte was sleet snel, wat de opnames nou niet bepaald duurzaam maakte.

 

De grammofoonplaat: een blijvertje

Berliner bedacht de bekende ronde, platte schijf, voorzien van een ondoorzichtige laag (bijvoorbeeld lampzwart) die vervolgens werd gelakt. Daarin werd een groef aangebracht. Dat bleek toch te ingewikkeld en vooral tijdrovend: in 1888 ging Berliner daarom toch weer over op een dunne laag was, nu op een zinken schijf, maar hij bracht daaroverheen wel een beschermende laag aan, wat de schijf duurzamer maakte dan een wasrol. Toch werd zijn uitvinding niet direct met open armen en gejuich ontvangen. Berliner kon niet overgaan tot massaproductie, want hij kreeg het patent in de VS maar niet toegewezen. Bovendien werden grammofoons met de hand aangedreven, en zorgde de onregelmatige snelheid voor een slecht geluid. Pas toen er een motortje aan de uitvinding werd toegevoegd, sloegen de platen echt aan. Berliner legde zich daarna toe op andere uitvindingen, met name in de luchtvaart, maar de grammofoon was een blijvertje.

 

De platenspeler

Bij een platte schijf in plaats van een wasrol hoorde natuurlijk ook een nieuw afspeelapparaat. Berliner voorzag zijn grammofoonspeler van een metalen naald, waar de groeven met een snelheid van 78 toeren per minuut langs werden geleid. De uitslagen van de naald werden mechanisch versterkt. Er stond grote druk op de naald; daardoor was het geluid acceptabel, maar ging een naald slechts een halve plaat (dus één zijde) mee. Platenspelers zijn sindsdien in de basis niet veranderd, maar er zijn kleine verschillen: zo is de naald later elektronisch versterkt, wat een lichtere druk op de naald toestaat. De top van de naald is bovendien van saffier of diamant, wat ervoor zorgt dat hij veel langer meegaat dan de eerdere naalden.

 

De grammofoonplaat zelf maakte ook meerdere ontwikkelingen door. Zo waren de groeven aanvankelijk erg breed, maar dankzij de elektronische versterking van de naald konden ze smaller worden gemaakt, waarmee er meer groeven en dus muziek op één kant konden worden gezet. Ook het aantal toeren per minuut liep lange tijd uiteen, vaak van merk tot merk: zo werden de eerste platen met 78 toeren per minuut rondgedraaid, maar werd door de verbeterde techniek een lagere draaisnelheid mogelijk. Columbia Records probeerde 33⅓ toeren per minuut, RCA-Victor kwam met 45-toeren.

Eén van de twee huidige gangbare formaten is de langspeelplaat of lp, die uit 1948 stamt. Deze vinylplaten zijn er in twee formaten: 10 inch en 12 inch, ofwel 25 en 30 centimeter. Ook het ‘singletje’ is nog steeds in gebruik, verkrijgbaar in 7 en 10 inch, en ideaal voor het uitbrengen van losse nummers.

 

De warme kraak?

Maar wat is er nou verantwoordelijk voor de hernieuwde populariteit van de lp? De meeste grammofoon-aficionados zullen zeggen dat het geluid veel warmer en analoger klinkt dan de gemiddelde digitale geluidsreproductie. De geluidsgolf in de groef van de grammofoonplaat is immers niet discreet, maar continu: waar het geluid op een cd-opname wordt weergegeven in kleine stapjes (de hoeveelheid samples per seconde), is de geluidsgolf op de grammofoon een ononderbroken weergave van de originele geluidsbron. En dat zorgt in theorie voor een warmer, voller geluid dan digitale weergave. Hier moeten we echter wel wat kanttekeningen bij plaatsen: bij de nieuwste hoge resolutie digitale audioformaten, zoals de superaudio-cd, is de hoeveelheid samples per seconde zo hoog geworden, dat de meeste mensen geen verschil meer zullen horen tussen digitaal en analoog. Dat veel mensen toch zweren bij de lp, is dan ook vooral een kwestie van beleving. En misschien speelt die fijne platenkraak ook wel een grote rol…

De groef van een lp onder de elektronenmicroscoop. De analoge geluidsgolf gevisualiseerd:

https://www.youtube.com/watch?v=GuCdsyCWmt8&feature=youtu.be

 

Meer weten over onze platenspelers?

Om u zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn maken wij gebruik van cookies. Als u doorgaat op deze website stemt u in met het gebruik van cookies. Meer informatie.